Omschrijving
Regent's Park is een van de Royal Parks van Londen, 170 hectare gazons, tuinen en water ten noordwesten van het centrum, tussen Marylebone en Camden: rozentuinen, een meer, een openluchttheater en London Zoo, allemaal omringd door elegante gepleisterde huizenrijen.
In het hart, binnen de ringweg die de Inner Circle heet, liggen Queen Mary's Gardens, aangelegd in de jaren dertig en geliefd om hun rozen, op hun mooist in juni. In dezelfde tuinen staat het Open Air Theatre, met voorstellingen onder de blote hemel in de zomer.
Aan de noordrand ligt London Zoo, thuis van de Zoological Society of London, en door het noorden loopt het Regent's Canal. Het meer heeft een reigerkolonie, watervogels en een deel om te varen, terwijl in de zuidoostelijke hoek formele Italiaanse tuinen naast informele Engelse liggen.
In het noorden grenst het park aan Primrose Hill, 64 meter hoog, met een weids uitzicht over het centrum van Londen. Langs de randen lopen neoclassicistische, gepleisterde huizenrijen, en Chester Terrace heeft de langste gevel van allemaal. In het westelijke deel staan de London Central Mosque en Winfield House, de residentie van de Amerikaanse ambassadeur.
Het park begon als koninklijk jachtgebied. Hendrik VIII nam de grond in na de opheffing van de kloosters, en als Marylebone Park bleef het tot 1649 een jachtgebied, waarna het werd verpacht als kleine boerderijen voor hooi en zuivel.
In de jaren 1810 wilde de prins-regent hier een lusthof, en John Nash, James Burton en Decimus Burton ontwierpen het park met zijn huizenrijen en villa's. Het plan geldt als een van de eerste tuinwijken, en toen het park in 1835 voor het publiek openging, was het maar twee dagen per week open.
De zwartste dag kwam op 15 januari 1867, toen het ijs op het meer bezweek en 40 mensen omkwamen. Het meer werd later drooggelegd en ondieper gemaakt.
In het hart, binnen de ringweg die de Inner Circle heet, liggen Queen Mary's Gardens, aangelegd in de jaren dertig en geliefd om hun rozen, op hun mooist in juni. In dezelfde tuinen staat het Open Air Theatre, met voorstellingen onder de blote hemel in de zomer.
Aan de noordrand ligt London Zoo, thuis van de Zoological Society of London, en door het noorden loopt het Regent's Canal. Het meer heeft een reigerkolonie, watervogels en een deel om te varen, terwijl in de zuidoostelijke hoek formele Italiaanse tuinen naast informele Engelse liggen.
In het noorden grenst het park aan Primrose Hill, 64 meter hoog, met een weids uitzicht over het centrum van Londen. Langs de randen lopen neoclassicistische, gepleisterde huizenrijen, en Chester Terrace heeft de langste gevel van allemaal. In het westelijke deel staan de London Central Mosque en Winfield House, de residentie van de Amerikaanse ambassadeur.
Het park begon als koninklijk jachtgebied. Hendrik VIII nam de grond in na de opheffing van de kloosters, en als Marylebone Park bleef het tot 1649 een jachtgebied, waarna het werd verpacht als kleine boerderijen voor hooi en zuivel.
In de jaren 1810 wilde de prins-regent hier een lusthof, en John Nash, James Burton en Decimus Burton ontwierpen het park met zijn huizenrijen en villa's. Het plan geldt als een van de eerste tuinwijken, en toen het park in 1835 voor het publiek openging, was het maar twee dagen per week open.
De zwartste dag kwam op 15 januari 1867, toen het ijs op het meer bezweek en 40 mensen omkwamen. Het meer werd later drooggelegd en ondieper gemaakt.